
Dit is wat blijft: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde (1 Kor. 13:13).
In de tijd dat ik mij in schepen verdiep, is de lucht boven me gehuld in helikopters. In een eerdere blog schreef ik over het kapitalistische schip dat maar doorvaart, hoe grappig is het dat ik nu een van de eerste kapitalistische schepen bestudeer die is gaan varen. Misschien is die VOC tijd, die kort hierna op volgde wel het begin van ons huidige kapitalisme? Ik ben er niet deskundig in en ga het ook niet worden, maar het is wel waar ik de afgelopen periode veel over nadenk.
Gister kwam het bericht dat de CO2 heffing voor de industrie toch teruggedraaid wordt, omdat de industriële innovatie van Nederland moet wijken voor het belang van het behoud van ons eigen leven. Ik vind het een interessant gezichtspunt. Welk vertrouwen is er in het vinden van de oplossing als je doorgaat op de weg die je al jaren onsuccesvol bewandelt en waarvan de effecten steeds merkbaarder worden? Ik kan het niet anders begrijpen dan dat geld en macht fatale input in de machine van de mens zijn. En ja, dit is dus zo oud als de mensheid. Als soort ontwikkelen wij ons blijkbaar maar beperkt door, want we zijn beperkt bezig met het voortbestaan van onze soort. Ik vind het fascinerend, om te voorkomen dat ik er treurig van word.
Waarom doen mensen dat? De drijfveer om elders geld te verdienen, was rond 1600 zo mogelijk nog groter dan nu. De verkrijgbaarheid van nieuwe stoffen, specerijen, goederen maar zeker ook macht en land, dreef mensen de wereld over met een doodsbedreiging voor henzelf die indrukwekkend is. Want zeg nou zelf, wie gaat er nu jaren op een schip zitten met honger, gevaar, weinig kaarten dus geen idee waar je bent, een beperkte kans op overleven en dan ook nog naar een plek waarvan je geen idee hebt hoe die eruit ziet (als je er ooit al aankomt). Toch deden mensen dat. Al werd voor vertrek niet altijd het eerlijke verhaal verteld, zo weet ik nu. Daar is trouwens ook niets in veranderd. Het lijkt ogenschijnlijk alsof we in een volstrekt andere wereld leven inmiddels. Alsof we keuzes maken voor ons eigen geluk, de invulling van ons levenspad en alsof vrijheid een gegeven is. En toch…. Steeds vaker bekruipt me het gevoel dat we steeds onvrijer worden. Geld lijkt de sleutel naar vrijheid, dan kun je dingen doen, reizen maken, dingen kopen, maar je hebt eigenlijk echt maar heel weinig nodig om betrekkelijk succesvol te kunnen bestaan. Met velen denk ik dat je zelfs met minder, veel gelukkiger kunt zijn. Overigens is dat daarmee nog niet eenvoudig uit te voeren.
Als ik hardop zeg dat we onvrijer worden, lachen mensen en zeggen ze, ‘ja maar natuurlijk zijn we minder vrij’. Dat vinden we dan blijkbaar een goed ding? Maar waar zit dat in, waarin hebben we ruimte om te kiezen of we vrijheid laten inperken of niet? Met zoveel helikopters boven mijn hoofd, kan ik mijn koffie delen met de piloten. Het maakt mij nu niet uit, ik begrijp heus het belang, maar als nu straks de dranghekken en afzettingen weg zijn, is mijn ruimte dan weer groter? Of zijn de beperkingen aan en in die ruimte voor mij dan weer onzichtbaar geworden? Steeds vaker vraag ik me de laatste tijd af: is er wel zoveel veranderd sinds ‘De Liefde’ heeft gevaren, als op het eerste gezicht lijkt?
Inderdaad, de meeste mensen in die tijd hadden weinig rijkdom. Het leeuwendeel van de mensen die aan boord gingen, hadden daarin geen echte vrije keus. Wat moest je anders? Werk was van het grootste belang want dit bracht eten. De godsdienstoorlog gaf een extra motivatie om een bijdrage te leveren aan de verspreiding van het juiste geloof. Dat bracht ongetwijfeld ook geld in het laatje. De leidinggevenden op het schip, laat ik ze maar zo noemen, die hadden een carrière om na te streven, eer te behalen, ontdekkingen te doen. Maar het merendeel van het voetvolk op het schip had weinig keus. Ze hadden zich te voegen in de hiërarchie van de wereld aan boord van het schip. En als ze niet op een schip waren, hadden ze ook niets te zeggen, weinig te eten en weinig perspectief. Vanuit die gedachte is te begrijpen dat de schepen gevuld konden worden. Avontuur is daarbij ook iets dat mensen trekt.
De parallellen die ik tegenkom met het heden zijn desondanks heel geestig. Zo vaart ‘De Liefde’ in 1600 een paar maanden langs de westkust van Afrika en komt dan andere schepen tegen. Ze weten niet wie het zijn, Spanjaarden? Dan moet er geschoten worden. Duitsers? Dan hoeft dat misschien niet. Misschien moeten we dan samen op de Spanjaarden schieten? O het zijn Portugezen? Moeten we dan wel of niet schieten?
Wat doe je als je niet weet of je de vijand tegenkomt? Nu naast mij de top plaatsvindt, gebeurt daar exact hetzelfde. Gaan we schieten? En met wie dan? Wie beschermen we en vanuit welk oogpunt? Uiteindelijk beschermen we altijd primair onszelf. I know. Maar als je niet meer weet wie je vijand is, dan is dat best een lastige opdracht.
Doorlopend is het grootste belang aan boord van de schepen: er is goed voedsel en schoon drinkwater nodig voor de bemanning. Steeds opnieuw. En dan kijk ik naar het heden en dan is natuurlijk reuze interessant dat we dat steeds lastiger maken in plaats van daar de focus op te leggen. De lucht, het water, de gewassen..
En hoe zit het met de kennis? Aan boord van het schip, een kaartenmaker of tekenaar, een priester, een chirurgijn, een kok, wapendeskundigen, soldaten, koopmannen enz. Allemaal bronnen van expertise, waar men zuinig op was, want zonder expertise te weinig kans op overleven. Vandaag de dag delen we graag onze input delen met ChatGPT omdat het handig en grappig is, of faciliteren we de algoritmes. Is het niet zo dat we onszelf afhankelijker maken, minder hersencapaciteit ontwikkelen daardoor? We leveren daarmee zeker vrijheid in doordat we doorlopend commercieel interessante informatie verstrekken over ons doen en laten die handvatten biedt om ons verder te beïnvloeden. Terwijl we onze kinderen laten socializen in bubbels waarvan niemand meer weet wie er achter zit, doen we zelf lekker mee. We hebben geen idee wat we vinden, waarom we dat vinden en het bijzondere is: dat weet ‘de machine’ ook niet. Negatief? Ach, als het een keuze is, niet. Maar weten we nog wat we kiezen? Ik verheug me nu alweer op de verkiezingen in oktober.
Het is altijd fijn om dan ook de oplossing te geven voor problemen. Ik zou willen dat er mensen waren die dat zo ‘huppakee’ even deden. Ik heb ze nog niet gevonden, maar ik vind wel puzzelstukjes die me inspireren. Het is waarom ik in de geschiedenis duik, me afvraag hoe internationale relaties ooit begonnen zijn, hoe en waarom de handelsrelatie met Japan ondanks alle oorlogen al 425 jaar standhoudt, als ook wat nu eigenlijk de drijfveer is van de mens. En ik houd mezelf daarbij voor: alleen ‘de Liefde’ heeft Japan gehaald, precies zoals de Bijbelse namen voorspelden. En ‘het Geloof’ heeft de weg naar Rotterdam teruggevonden. Zoals ik in bovengenoemde blog schreef ‘vermijd hoop en vrees’ (‘de Hoop’ is dan ook gezonken, de vrees voer mee in de mensen), schrijf ik nu ; omarm het geloof in de liefde. En dan niet zozeer de liefde voor de mens, maar wel de liefde in bredere zin, voor het bijzondere leven op aarde. Als dat de drijfveer van de meerderheid is, dan wordt ons menselijk schip geen Titanic. Daar ben ik van overtuigd. Nu nog even zorgen dat dit gebeurt.

Ontdek meer van Pamela Guldie
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.